Mobiliteit zonder uitstoot: waarom autoluwe wijken de nieuwe standaard worden

Modern gebouw met zonnepanelen op het dak

In de collegebanken leren we over de wet van schaarste. In de stad van vandaag is er één goed dat schaarser is dan welk ander product ook: ruimte. Toch offeren we in Nederland nog steeds gemiddeld 50% van onze openbare ruimte op aan de auto – een voertuig dat 95% van de tijd stilstaat. Vanuit een bedrijfseconomisch perspectief is dat een inefficiënte asset-allocatie.

De vastgoedmarkt en projectontwikkelaars zien dit inmiddels ook. Autoluwe wijken zijn geen links idealisme meer, maar een keiharde trend in gebiedsontwikkeling. Projecten zoals Merwede in Utrecht en diverse nieuwbouwwijken in de Randstad laten zien dat de moderne consument kiest voor kwaliteit van leven boven een parkeerplaats voor de deur. Maar waarom wordt dit de nieuwe standaard? En wat levert het op?

Van bezit naar gebruik: De opkomst van MaaS

De generatie Z en millennials kijken fundamenteel anders naar mobiliteit dan hun ouders. Voor hen is een auto geen statussymbool, maar een gebruiksvoorwerp.

Dit is waar het concept Mobility as a Service (MaaS) om de hoek komt kijken. In een autoluwe wijk stap je niet in je eigen auto, maar pak je via een app een elektrische deelauto, e-bike of cargobike uit een centrale ‘hub’. Voor de bewoner betekent dit lagere vaste lasten (geen verzekering, wegenbelasting of afschrijving). Voor de wijk betekent het dat er per 10 huishoudens misschien maar 3 auto’s nodig zijn in plaats van 12. De ruimte die vrijkomt? Die wordt groen, speelruimte of terras. Dit verhoogt direct de prijs per vierkante meter en de aantrekkelijkheid van de wijk.

De business case van leefbaarheid

Critici roepen vaak dat autoluw “slecht is voor de ondernemer”. Onderzoek wijst echter consequent het tegendeel uit.

Stadscentra en wijken waar de voetganger en fietser centraal staan, hebben een hogere omloopsnelheid en verblijfsduur. Mensen die lopen of fietsen, stoppen makkelijker voor een kop koffie of een spontane aankoop dan iemand die met 50 km/u voorbij raast. Bovendien stijgt de waarde van vastgoed in autoluwe zones aanzienlijk. Een woning in een rustige, groene straat zonder blik voor de deur is simpelweg meer waard. Gemeenten en ontwikkelaars die nu durven te investeren in autoluwe infrastructuur, creëren daarmee vastgoed dat ook in 2040 nog courant is.

Sociaal kapitaal als USP

Tot slot is er een factor die lastig in euro’s uit te drukken is, maar essentieel voor de ‘branding’ van een wijk: sociaal kapitaal.

In een straat vol geparkeerde auto’s kennen buren elkaar nauwelijks. In een autoluwe straat, waar kinderen op straat spelen en bewoners bankjes delen, ontstaat een gemeenschap. Voor marketing van nieuwbouwprojecten is dit “community-gevoel” een unieke selling point (USP). Mensen kopen geen huis, ze kopen een veilige, gezellige omgeving. Autoluwe wijken leveren die belofte in de praktijk ook echt in. De shift is onomkeerbaar: de auto wordt gast, de mens wordt weer bewoner.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *